Ze dromen zelf van een ‘socialistische heilstaat’
Venezuela, het potentieel rijkste land van Latijns Amerika viel ten prooi aan de droom van een socialistische heilstaat. Toen in 2013 Hugo Chavez overleed werd hij opgevolgd door zijn trouwe bondgenoot Hugo Maduro. Beide kwamen uit de socialistische beweging die in 1998 aan de macht kwam na een succesvolle revolutie.

Venezuela:
“Socialisme voor de Eenentwintigste Eeuw”

Wat in Venezuela werd gepresenteerd als “Socialisme voor de Eenentwintigste Eeuw”. Begon met maatregelen die op papier sociaal oogden: meer volkshuisvesting, hogere alfabetisering en tijdelijke armoedeverlichting.

Maar zoals Marx en Engels zelf al beschrijven, is die zogenoemde socialistische fase nooit het einddoel. Zij vormt de noodzakelijke opstap naar volledige machtscentralisatie — en die overgang gaat historisch vrijwel altijd gepaard met dwang, repressie en uiteindelijk dood en geweld.

Het is belangrijk om te zien dat dit geen geïsoleerd fenomeen is: vergelijkbare patronen van repressie en massale slachtoffers komen terug in de geschiedenis van andere communistische regimes.

Massaal geweld in ideologische staten

De Holocaust staat terecht bekend als een unieke en ongeëvenaarde misdaad tegen de menselijkheid. De industriële, doelbewuste vernietiging van zes miljoen Joden – aangevuld met miljoenen andere slachtoffers van het naziregime – markeert een moreel dieptepunt in de moderne geschiedenis. Die uniciteit vraagt om zorgvuldigheid en terughoudendheid bij vergelijkingen.

Tegelijkertijd mag deze historische erkenning niet leiden tot het verzwijgen of relativeren van het grootschalige geweld dat onder communistische regimes heeft plaatsgevonden. In tegenstelling tot het nationaalsocialisme, dat historisch relatief kort bestond, hielden communistische machtsstructuren zich decennialang in stand en manifesteerde repressie zich structureel als bestuursvorm.

Volgens onder meer Het Zwartboek van het Communisme (1997), onder redactie van Stéphane Courtois, wordt het aantal dodelijke slachtoffers van communistische regimes wereldwijd geschat op circa 94 miljoen. Deze schatting omvat slachtoffers van executies, hongersnoden als gevolg van beleid, dwangarbeid, deportaties en politieke zuiveringen in onder andere de Sovjet-Unie, China, Noord-Korea, Vietnam, Cambodja en Oost-Europa.

Het verschil zit niet in morele ernst, maar in vorm en duur. Waar het nazisme uitmondde in een geconcentreerde genocide. Kenmerkt het communisme zich door langdurige, systematische onderdrukking waarbij geweld geen ontsporing was, maar een structureel instrument van machtsbehoud. De menselijke tol daarvan is verspreid over tijd en landen, maar niet minder reëel.

Deze historische realiteit onderstreept een ongemakkelijke waarheid: ideologieën die volledige maatschappelijke maakbaarheid beloven, blijken in de praktijk telkens opnieuw te eindigen in dwang, ontmenselijking en grootschalig menselijk leed.

De rechtsstaat en socialisme

In het geval van Chávez werd de rechtsstaat dan ook al vroeg als hinderlijk bestempeld. De grondwet gold niet langer als bescherming van burgers, maar als blokkade voor de revolutie. Via referenda, politieke benoemingen en ingrepen in de rechterlijke macht werd het constitutionele tegenwicht systematisch uitgehold. Zodra die rem was verdwenen, verschoof het project van ideologie naar macht. Vanaf de jaren 2000 ontwikkelde het regime zich tot wat treffend is omschreven als een militair-crimineel netwerk. Staatsinkomsten uit olie en mijnbouw dienden steeds minder het volk en steeds meer verdwenen in de handen van een kleine, loyale elite.

Onder Chávez’ opvolger Maduro werd deze koers niet alleen voortgezet, maar versneld. De resterende ideologische façade viel weg; wat overbleef was een regime waarin zelfbehoud, corruptie en brute onderdrukking centraal staan. Publieke voorzieningen stortten in, maatschappelijke structuren verbrokkelden en geweld werd een bestuurlijk instrument. Niet als ontsporing, maar als logisch gevolg van een systeem dat volledige controle vereist om te overleven.

Dit patroon is geen Venezolaans toeval, maar een terugkerende wetmatigheid.

De zogenoemde socialistische heilstaat blijkt steeds opnieuw de eerste fase van het communistische project te zijn. En dat dan met vaste ingrediënten:
– Gecentraliseerde macht, waarbij beslissingen worden losgetrokken van burgers en geconcentreerd in instituties die zich onttrekken aan democratische controle.
– Afbraak van bestaande structuren, waarin natiestaat, gezin, cultuur en religie worden gezien als obstakels voor de ‘nieuwe orde’.
– Economische afhankelijkheid, waarbij burgers via herverdeling, subsidies en regulering afhankelijk worden gemaakt, terwijl een kleine bestuurlijke elite onaantastbaar blijft.
– Sociale en politieke disciplinering, waarbij afwijkende meningen niet inhoudelijk worden weerlegd, maar moreel verdacht gemaakt en uitgesloten.

De parallel met het globalisme

Juist daarom is de parallel met het hedendaagse globalisme relevant. Waar klassiek socialisme de staat gebruikte als machtsinstrument, doen moderne globalisten dit via supranationale structuren, verdragen en regelgeving. De uitkomst is vergelijkbaar: minder democratische zeggenschap, meer bestuurlijke afstand en een politieke klasse die zichzelf ziet als verlichte gids.

Dat veel Nederlandse politici zich vrijwel automatisch voegen naar de EU-lijn is dan ook geen toeval, maar ideologische verwantschap. Welke actuele voorbeelden laten zien dat beleidsmakers deze “socialistische” droom deels volgen? Bijvoorbeeld klimaatbeleid, schuldenmechanismes of EU-regelgeving.

Achter technocratische taal en morele framing schuilt vaak dezelfde droom: een maakbare samenleving, gestuurd van bovenaf. Uiteindelijk blijkt dit onverenigbaar met vrijheid, verantwoordelijkheid en echte democratie.

Nooit opgeven. Niets doen is geen optie.
Dat is het Belang van Nederland.