Waar stemde Nederland eigenlijk voor?
D66-leider Rob Jetten maakte duidelijk dat hij een samenwerking met drie partijen plus JA21 “niet verstandig”vindt. Zijn motivatie: “gezien alles wat er moet gebeuren.”
Dat er veel moet gebeuren, daar heeft hij gelijk in.
Alleen is zijn beeld van wat er moet veranderen fundamenteel anders dan waar Nederland voor heeft gestemd.
Bij de laatste landelijke verkiezingen sprak Nederland zich uit voor een koerswijziging: minder migratie, minder globalisme en meer nationale zeggenschap.
Die boodschap was helder.
De uitvoering blijft uit.
De verkiezingsuitslag als ongemak
Wat we nu zien, is geen komend kabinet (samenstelling net als Rutte IV) dat die uitslag wil uitvoeren, maar een bestuur dat haar probeert te neutraliseren. Niet door openlijk te negeren, maar door te verzachten, te vertragen en te verplaatsen — bij voorkeur richting Brussel.
De verkiezingsuitslag past simpelweg niet in het wereldbeeld van partijen als D66, maar inmiddels ook niet meer in dat van de VVD. En dus wordt gezocht naar constructies waarin “de rust bewaard blijft”, terwijl wezenlijke keuzes worden doorgeschoven.
Poldermodel zonder leiderschap
Handhaving van orde en veiligheid, en de aanleg en het onderhoud van infrastructuur, zijn kerntaken van de overheid. Net als zorg, huisvesting, onderwijs, werk en een leefbare omgeving voor gezinnen.
Over de invulling daarvan kun je het debat voeren.
Maar dat debat hoort te draaien om de belangen van de eigen inwoners — niet om gepolderde meerderheden waarin keuzes worden vermeden en alternatieven structureel worden uitgesloten.
Goed leiderschap durft te kiezen
Het stelt waarden boven ideologie en verantwoordelijkheid boven wegkijken. Het herstelt het principe dat rechten en plichten voor iedereen gelijk zijn.
Zonder dat leiderschap ontstaat een land van losse eilandjes. Een samenleving waarin het individu verdwijnt achter abstracte groepen en ideologische labels, en waarin de luide minderheid structureel wordt bevoordeeld boven de stille meerderheid.
Besluiten zonder moreel bezwaar
In dat proces legitimeert een bestuurlijke minderheidscoalitie haar besluiten via procedures en consensus. Alles is immers “democratisch afgestemd”.
Maar juist daardoor worden beslissingen die ten koste gaan van onze gemeenschap genomen zonder zichtbaar moreel bezwaar.
En precies dát is het probleem.
Waarom dit ook lokaal telt
Zolang landelijk geen echte koerswijziging plaatsvindt, blijft de druk op gemeenten (ook in Enschede) hoog. Wat in Den Haag wordt uitgesteld, komt hier terecht: in onze wijken, onze woningmarkt en onze voorzieningen.
Lokale afdelingen van dezelfde partijen voeren uit wat landelijk wordt verdedigd. Niet omdat het moet, maar omdat het ideologisch past. De kosten komen wél lokaal terecht.
Vooruitblik
In de volgende column (dit is de eerste in een serie van 4) ga ik in op het EU-rookgordijn rond migratie — en waarom landen als Denemarken laten zien dat echte keuzes allang mogelijk zijn, als je ze durft te maken.
Want zolang Nederland blijft doen alsof Brussel onze problemen oplost, verandert er hier niets.
En precies dát maakt de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 belangrijker dan ooit.
Geef een reactie