Gedragsverandering is geen taak van de politie
Eerder suggereerde politiechef Gert Veurink van Oost-Nederland dat hij bepaalt wat wel en niet wordt vervolgd. Nu is het toverwoord eruit: gedragsverandering.

Daar begint het probleem.
Neutraliteit bij de politie is geen vrijblijvende houding. Het is een kernwaarde van de rechtsstaat. Juist daarom wringt het wanneer een politiechef zich publiekelijk mengt in politieke framing, morele duiding en maatschappelijke heropvoeding.

De toon is al verlaten

Direct na de jaarwisseling sprak Veurink de woorden [ 1 ] [ 2 ]:

“Een hele nacht verandert Nederland en ook Oost-Nederland in een anarchie.”
Om daaraan toe te voegen:
“Vast en zeker zal iedereen in de media weer in de rij staan om het geweld af te keuren met mooie woorden.”

Dat is geen neutrale analyse. Dat is framing. En framing is politiek.

Op diezelfde dag verscheen een ander artikel over diezelfde jaarwisseling. Traumachirurg Sander van Stigt draaide een dienst van 24 uur — van 31 december 8.00 tot 1 januari 8.00. De nacht werd “uitdagend” genoemd. “Je moet buiten de lijntjes kleuren.”

Het verschil is veelzeggend. De één beschrijft zijn vak. De ander zijn frustratie — en schuift vervolgens richting beleidsopvattingen.

Gezagsprobleem of gedragsprobleem?

Voormalig inlichtingenchef Pieter Cobelens verwoordde het probleem kernachtig: “Je ziet jongetjes van 14 of 15 die een agent uitlachen, hun middelvinger opsteken en zeggen: ‘hé broer, ik ga jou mijn spullen niet geven.’”

En daar gaat het mis. Niet bij vuurwerk, capaciteit of geld. Maar bij gezag.

Cobelens is helder: “Je zegt: je gaat nu gezellig met me mee. Handboeitjes om. Over 24 uur praten we verder.”
lass=”yoast-text-mark” />>
s=”s2″>Dat is geen hardheid. Dat is opvoeding. Dat is grenzen stellen. En dat is precies wat wij collectief hebben afgeschaft.

Fatsoen is geen mening

In een democratie hebben we twee wapendragende instanties. Tegen hen gedraag je je met fatsoen. Punt.

Waarom voelen agenten op straat zich dan niet langer bevoegd om op te treden wanneer ze respectloos worden bejegend? Niet omdat ze het niet willen. Maar omdat de wet het niet meer toestaat.

We hebben het hier over jongeren van 14 en 15 jaar. Die verdwijnen in trajecten, gesprekken en “gedragsverandering”. In Halt-constructies die vooral gelijkdenkenden aan het werk houden, maar gezag niet herstellen.

Daar zou aparte wetgeving voor moeten zijn. Niet nóg een programma, maar duidelijke consequenties.

Gezag is niet verdwenen, het is afgebroken

Dit is de kern die de politiek al jaren weigert te benoemen.

Gezag is niet “zoekgeraakt”.
Het is
bewust afgebroken door:
– softe wetten
– wegkijkende bestuurders
– een cultuur die daders beschermt en gezagsdragers wantrouwt

Een agent is geen “one of the guys”.
Een agent vertegenwoordigt de staat.

Wanneer een puber leert dat brutaal gedrag geen gevolgen heeft, test hij dat later met geweld. En daarna met criminaliteit. De staat die knippert, verliest altijd van de straat.

Neutraliteit is geen gedragsverandering

Twee wapendragende instanties vertegenwoordigen de democratische rechtsorde. Wie dat niet respecteert, plaatst zichzelf daarbuiten. Dat is geen hardheid — dat is beschaving beschermen.

Een vuurwerkverbod verandert hier niets aan. Gedragsverandering komt niet uit beleidstaal, maar uit grenzen en handhaving.

Misschien is het zinvoller als de politiechef eens in gesprek gaat met de burgemeester van Tynaarlo, in plaats van georkestreerde persconferenties waarin de burgemeester van Nijmegen zijn zoveelste politieke boodschap mag afgeven.

De keuze is eenvoudig:
– óf we herstellen gezag, discipline en orde
– óf we accepteren verdere afglijding richting straatmacht

Niets doen is geen optie.
Nooit opgeven evenmin.

Voor het Belang van Nederland / Enschede
Nooit opgeven. Niets doen is geen optie.